Duitsland koestert de vrouwelijke beroepsnaam. En wat doet Nederland?

Een vrouwelijke dokter = doktores

Dokteres. Zo noemt mijn oude schoonvader een vrouwelijke dokter. Daar moest ik aan denken toen ik deze twee advertenties zag voor een tandarts en een logopedist tijdens mijn vakantie in Duitsland. Daar krijgt een beroepsnaam gewoon een vrouwelijke uitgang als het om een vrouw gaat. Ook de Duitse bondskanselier: die Bundeskanzelerin.

Krijgen we ooit een minister-presidente?

Nederland zal nooit een minister-presidente hebben. In Nederland is het al jaren de praktijk om zich zo consequent mogelijk genderneutraal uit te drukken als het om functies en beroepen gaat. Niet ‘directrice’ maar ‘directeur’. De gedachte was ooit dat dat vrouwen zou helpen bij hun emancipatie. Ik heb dat ook lang gedacht. Toen ik begon met werken was ik nog een verslaggeefster, nu zou ik een verslaggever zijn. Het lijkt erop dat in onze  samenleving  beroepsnamen nu alleen nog maar mannelijke uitgangen dragen. Bij nader inzien lijkt mij dat niet zo geëmancipeerd.

Iedereen is dol op mannelijke beroepsnamen

De vraag is waarom nu de meeste beroepsnamen mannelijk zijn. Alle beroepen die in het verleden veel vaker door mannen dan door vrouwen werden uitgeoefend dragen nu voor iedereen de mannelijke uitgang. Dus een conductrice werd conducteur. Vrouwen nemen de mannelijke beroepsnaam aan. Mooi denk je dan, gelijke monniken, gelijke kappen! Je zou denken dat dan de namen  van de ‘traditionele vrouwenberoepen’ op die manier ook overgenomen worden door mannen. Maar zo geëmancipeerd zijn ze dan toch weer niet.

Niemand wil een vrouwelijke beroepsnaam

In die ‘traditionele vrouwenberoepen’ gebruiken mannen nooit de vrouwelijke verbuiging. Een mannelijke verpleegster noemt zich verpleger. Mannen die huisvrouw zijn noemen zich huisman. De mannelijke werkster is een interieurverzorger en de mannelijke stewardess een steward. Als een man een ‘vrouwelijk’ beroep uitoefent, neemt hij niet de functienaam die daar traditioneel bij hoort. Maar als een vrouw een ‘mannelijk’ beroep uitoefent, ja dan doet zij dat wel. Zij is dan directeur, chauffeur, hoogleraar en rector. De uitgangen van álle beroepsnamen hangen dus  af van de mannelijke sekse: omdat die in vroeger tijden in die beroepen domineerde. Vrouwen nemen die mannelijke namen zonder morren over. Mannen blijven zich verzetten tegen elk spoortje vrouwelijkheid in hun beroepsnaam.

Na emancipatie minder vrouwelijkheid in onze taal

Kortom, na de ‘emanciperende’ golf aan taalkundige sekse-gelijkheid zijn er vooral mannelijke uitgangen overgebleven en zijn de vrouwelijke uitgangen vrijwel verdwenen. Nooit meer een directrice, een lerares, een rectrix , een advocate, een winkelierster, een doctoranda, een chauffeuse. Gelukkig hebben we in ons buurland Angela Merkel nog (steeds). Zij is daar ‘Bundeskanzelerin’ en niet ‘Bundeskanzler’. Het maakte haar niet minder machtig.