Potsierlijk rood mutsje

Het was warm op mijn dakterras een paar dagen geleden. Eindelijk kon de ingehuurde kracht met zijn apparatuur de tegels komen schoonmaken. Na twee jaar niets doen zagen die tegels er grauw uit, sommige waren zelfs donkergrijs.

De tegelpoetser

Vandaag heerst er boven die tegels een hooggebergteklimaat. Typisch voor het Paasweekend. Er is sneeuw, kou en hagel. Even lekker tuinieren zit er niet in.

Paaswinterweer

Maar de Kardinaalsmuts (dat is het lichtgroene struikje dat vlak achter het witte bankje staat) overleeft al die frisheid met gemak. Deze ‘Euonymus Alata’ is de oudste plant op mijn dakterras. Hij staat er al 17 jaar. Ik had er ooit twee van, maar eentje is een paar jaar geleden dood gegaan. Geen idee waardoor. Elke zomer dringt er zich een nest rupsjes-nooit-genoeg op in de Kardinaalsmuts. Die vreten de struik helemaal kaal als je even niet oplet. Toch komen er aan het eind van de zomer nieuwe blaadjes terug en de plant overleeft het gewoon. Nu ik niet meer werk, kan ik het goed in de gaten houden en snijd ik het rupsennest eruit zodra het verschijnt. Zo voorkwam ik vorige zomer de totale kaalslag. Met dank aan Wikipedia weet ik nu dat de rupsjes bij de Kardinaalsmutsstippelmot horen. Mijn struik is niet erg groot; dat krijg je als de plant in een pot moet staan en dan ook nog eens op driehoog. In de zomer zijn de bladeren donkergroen, in de herfst worden de blaadjes vuurrood.

Afbeelding van Marcello Migliosi via Pixabay

Ik dacht altijd dat de plant de typische naam te danken heeft aan die rode blaadjes in de herfst, die dan net zo rood zouden zijn als de muts van een kardinaal. Maar volgens mensen die meer over plantennamen weten heeft de naamgeving te maken met het rode bloemetje van de struik. Dat lijkt qua vorm precies op dat mutsje van een kardinaal, dat eruit ziet als een soort origami-doosje. Potsierlijk op het hoofd van een bejaarde, hooggeplaatste katholieke geestelijke, heel sierlijk als bloemetje aan die bejaarde struik op mijn dakterras. Ook hooggeplaatst.